Zoeken

Op leeftijd staat geen leeftijd.






Af en toe maak ik me boos. Maakt iets me boos. De trigger voor mijn boosheid kan van alles zijn, daarover ga ik hier niet uitweiden. Ik ben tenslotte ook maar een mens, een vat vol emoties.

Deze week was de aanleiding voor deze heftige emotie een krantenartikel over veroudering. De titel doet vermoeden dat de inhoud hoopvol is:

'Je biologische klok kan je niet terugdraaien, de gevolgen wel.'

De ondertitel stuurt mijn wenkbrauwen echter de hoogste hoogte in (niet zo hoog dus, ik word al wat ouder): 'veroudering is een ziekte, en ziektes zijn er om te worden genezen'. Dan volgt gelukkige de nodige nuancering: 'het doel is niet eeuwig te leven, maar ervoor te zorgen dat je vanaf je vijftigste geen vaste klant wordt bij de huisarts.'


Mijn afgrijzen groeit nog meer wanneer ik verder lees dat sinds 2018 Veroudering in de International Classification of Diseases erkend wordt als ziekte. Verder in het artikel worden we vergeleken met een auto, om aan te geven dat het verouderingsproces begint op het ogenblik dat je de auto uit de garage rijdt (zodra het kind de moederschoot verlaat?). Door preventief, op jonge leeftijd dus, een pil te nemen, kunnen we de 'kwalijke' gevolgen van ouder worden tegengaan, aldus de Duits-Nederlandse wetenschapper die geïnterviewd wordt in het artikel.


Mijn adem stokte toen ik dit las.

Als we in de toekomst preventief pillen kunnen nemen om veroudering tegen te gaan zal dit ervoor zorgen dat 'oude' mensen nog meer worden gestigmatiseerd als - nutteloos en hulpeloos'.

En dat maakt me boos. Temeer omdat ik me meer en meer zelf in de 'gevarenzone' begeef. (Of ben ik er al, en besef ik het niet?)

Terwijl ik er net vrede mee kreeg, met dat oud worden.


Tuurlijk is er verlies: met het verstrijken van de jaren zijn de jeugdige looks, de frisse ranke verschijning (ahum), jeugdige naïviteit en bijhorend overenthousiasme serieus getemperd. De gretige gulzigheid in het leven is verdwenen. Het doet pijn wanneer je merkt dat je als mens, als vrouw, na je 45 stilaan onzichtbaar wordt. Dat je kleerkast wordt gedirigeerd door je leeftijd en figuur, dat je lijf het tempo van jouw willetje niet meer kan volgen, dat je collega's zich nog in avonturen storten waarvan je weet dat ze niet de vervulling zullen brengen waarnaar ze op zoek zijn.


Er is ook winst. Alleen is die minder zichtbaar. De uiterlijkheden worden vervangen door meer diepgang. Ik maak me nu veel minder zorgen om de goedkeuring van anderen over mijn uiterlijke verschijning: me kleden is meer een vorm van zelfexpressie, minder een manier om opgemerkt te worden door anderen.

Ik wil niet zozeer gehoord worden, wel begrepen. Ik deel graag, verbinding maken met anderen staat centraal. Het grote gelijk heeft plaatsgemaakt voor de grote gelijkheid.

En ook al wil het lijf niet altijd mee, het doet deugd de joggingschoenen en de hartslagmeter in te ruilen voor lange wandelingen met de kleinkinderen. Toch loop ik over van ideeën die ik nog wil verwezenlijken in dit leven. Ik maakt plannen die aansluiten bij de grotere vrijheid die ik mezelf toesta met het groeien van het getal op de verjaardagskaart.

Het leven stopt niet bij 40, 50, zelfs niet bij 60. We blijven evolueren als mens, verandering is onlosmakelijk verbonden aan gelijk welke levensfase. Want elke levensfase heeft zijn uitdagingen, zo ook de ouderdom. En in elke levensfase gaan we er anders mee om, gelukkig maar.


Waarom hebben we zo een angst voor het oud(er) worden? Mijn inziens is dit voor een groot deel te wijten aan de vooroordelen die we hebben over ouder worden. In deze wereld wordt er veel waarde gehecht aan uiterlijke schijn. Deze instelling wordt nog versterkt door de media die grote moeite heeft om -dat wat oud is- op een waardige manier in het nieuws te brengen. Behalve wanneer het gaat om antiquiteiten of wijn. Uit onderzoek blijkt dat gemeenschappen waar oudere mensen gewaardeerd worden en actief betrokken blijven, zij ook langer fysiek en mentaal gezond blijven.

Het gaat er niet om hoe oud je wordt, maar hoe je oud wordt.


Toevalling (nu ja, toeval bestaat niet) ben ik een boek aan het lezen over ouder worden. Het boek is een cadeautje voor mijn man die net 60 is geworden. Maar ook een cadeau aan mezelf. Daarin las ik :

'We moeten van ouderen weer mensen maken en bedenken dat zij net zo'n rijk innerlijk leven, net zo'n passies en net zulke ingewikkelde relaties met anderen hebben als jongere mensen...'


Een pil om veroudering tegen te gaan?

Neen, dank u.

Goethe zei: In de beperking toont zich de meester.

Kunnen omgaan met verlies èn winst, met verandering en veranderde veerkracht, met op- en neergang, met fysieke beperking en ongebreidelde fantasie, met helpen en geholpen worden, met leven en naderende dood: dat alles hoort bij de kunst van het meester worden over je leven.


Veroudering een ziekte?

Ik ben niet ziek, ik leef alleen al wat langer.

En dat is bijlange niet hetzelfde. Integendeel!



17 keer bekeken1 reactie

Recente blogposts

Alles weergeven

Optimisme?